Amerikaanse tarieven, aanhoudende conflicten en blokkeringen van toeleveringsketens: de internationale handel bevindt zich in ruwe tijden. Wat lange tijd een stabiel kader leek, wordt steeds vaker beïnvloed door geopolitieke spanningen en politieke keuzes die rechtstreeks doorwegen op bedrijven.
Internationale handel is voor België geen keuze, maar een noodzaak. Onze welvaart wordt immers in grote mate buiten onze grenzen verdiend, door bedrijven die elke dag opnieuw hun weg zoeken op internationale markten. Maar die realiteit wordt minder evident. De nieuwste editie van onze Focus International Trade toont dat scherp aan: bedrijven opereren vandaag in ruwere, minder voorspelbare omstandigheden.
Voor een open economie als de onze is terugplooien geen optie. Onze sterkte lag altijd in onze blik naar buiten. De vraag vandaag luidt hoe we die positie kunnen behouden in een wereld die sneller verandert dan ooit.
Sterk naar buiten vraagt sterke basis
Dat besef leeft ook op het terrein. Tijdens een recent werkbezoek van koning Filip op het VBO stond de internationale positie van onze bedrijven en hun toegang tot buitenlandse markten centraal. Net omdat die toegang minder vanzelfsprekend wordt, blijft economische diplomatie een cruciale hefboom om markten open te houden en obstakels weg te werken.
Die ambitie kreeg deze week ook een concrete vertaling bij de huldiging van de 30 laureaten van het Prins Albert Fonds. Al meer dan 40 jaar ondersteunt het VBO dat initiatief, dat jongeren de kans geeft internationale ervaring op te doen. Daarmee versterken zij Belgische bedrijven op buitenlandse markten, bouwen ze lokale expertise uit en zetten ze duurzame netwerken op. Ook dat is bouwen aan de internationale verankering van onze economie.
Maar uiteindelijk wordt het verschil hier gemaakt. En net daar groeit de bezorgdheid. De productiviteit neemt te traag toe, met gemiddeld 0,8% per jaar in de voorbije jaren en in de verwerkende nijverheid zelfs amper 0,5%. Tegelijk blijven de kosten hoog en weegt de complexiteit op ondernemerschap. In een wereld die sneller en harder wordt, vertaalt dat zich onvermijdelijk in verlies aan terrein.
Zonder economische kracht geen budgettaire ruimte
Het debat over de overheidsfinanciën kan daar niet los van worden gezien. Zonder voldoende groei ontbreekt de economische draagkracht. En wanneer bedrijven internationaal terrein verliezen, verzwakken onze export en dus onze welvaart. Onze goederenhandel daalde in 2025 met 1,7% ten aanzien van 2024, een terugval die zich voor het derde jaar op rij aftekent.
De conclusie is eenvoudig: wie de begroting wil versterken, moet eerst de economische motor versterken. Niet via hogere lasten, maar door ruimte te creëren voor investeringen, innovatie en internationale groei. Daar ligt de echte hefboom.
De verantwoordelijkheid van vandaag
De tweede helft van deze legislatuur wordt beslissend. Niet alleen om de begrotingscijfers in evenwicht te brengen, maar om het vertrouwen in onze economie te versterken.
Internationaal succes begint met een sterke economie thuis.
Dat vraagt gerichte keuzes, op Belgisch en Europees vlak. Minder complexiteit in regels en procedures. Een omgeving waarin investeren opnieuw loont. En een beleid dat bedrijven ondersteunt om te groeien, ook over de grenzen heen.
Even belangrijk is dat we internationaal blijven inzetten op open markten en eerlijke concurrentie, met duidelijke spelregels en wederkerigheid. In een wereld waarin handel minder vanzelfsprekend is geworden, moeten we actief blijven verdedigen wat voor België essentieel is, maar zonder naïef te zijn.
Alleen zo kunnen onze bedrijven ook morgen internationaal blijven slagen.
