Advertorial • 27 oktober 2026

VBO: “Maak individuele annualisering eenvoudig, anders mist de maatregel zijn doel”

Het VBO verwelkomt de geplande invoering van de individuele annualisering van de arbeidstijd. Die moet werkgevers en werknemers toelaten om in onderling akkoord de arbeidstijd flexibeler over het jaar te spreiden. Maar bijkomende voorwaarden en administratieve verplichtingen dreigen van een flexibel instrument een complex systeem te maken. Het VBO roept de regering daarom op om de regeling nu snel in te voeren en ze eenvoudig, snel inzetbaar en toegankelijk te houden.

Individuele annualisering maakt het mogelijk om in bepaalde periodes meer en in andere periodes minder te werken, met behoud van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur op jaarbasis. Werkgever en werknemer spreken dat samen af. De werknemer behoudt daarbij het hele jaar een vast maandelijks loon. Voor prestaties buiten de toepasselijke uurroosters blijven de regels rond overuren gelden.

Het voorontwerp voert daarnaast een nieuw motief voor onvrijwillige overuren in voor onderhoudswerken aan installaties in continubedrijven. Dat is zeker belangrijk in delen van de chemische en procesindustrie. Ook die regeling moet snel en werkbaar worden ingevoerd. Voor ondernemingen biedt annualisering vooral de mogelijkheid om de arbeidsorganisatie beter af te stemmen op gebruikelijke, voorspelbare pieken en rustigere periodes in de activiteit. Denk aan seizoensgebonden vraag, geplande productiepieken, drukke bestelperiodes, inventarissen of projectfasen met een gekende hogere werkbelasting. Werknemers kunnen in drukkere weken meer en in kalmere weken minder werken, terwijl de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur op jaarbasis behouden blijft. Het systeem kan ook helpen bij onverwachte schommelingen. In rustigere periodes of bij onverwachte daling van activiteit kan annualisering bovendien de nood aan tijdelijke werkloosheid verminderen.

Flexibiliteit in beide richtingen

Voor ondernemingen biedt annualisering vooral de mogelijkheid om de arbeidsorganisatie beter af te stemmen op gebruikelijke, voorspelbare pieken en rustigere periodes in de activiteit. Denk aan seizoensgebonden vraag, geplande productiepieken, drukke bestelperiodes, inventarissen of projectfasen met een gekende hogere werkbelasting. Werknemers kunnen in drukkere weken meer en in kalmere weken minder werken, terwijl de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur op jaarbasis behouden blijft. Het systeem kan ook helpen bij onverwachte schommelingen. In rustigere periodes of bij onverwachte daling van activiteit kan annualisering bovendien de nood aan tijdelijke werkloosheid verminderen.

Ook werknemers kunnen er voordeel uit halen. In overleg met hun werkgever kunnen zij hun arbeidsuren beter afstemmen op hun persoonlijke situatie en werk-privébalans. Omdat het maandloon stabiel blijft, leidt een periode waarin minder wordt gewerkt niet tot een lager maandloon.

“Individuele annualisering moet een eenvoudig en volwaardig instrument zijn, gebaseerd op wederzijds akkoord. Wie meer flexibiliteit wil creëren, moet vermijden dat die flexibiliteit verloren gaat in procedures en administratie.” – Pieter Timmermans, CEO van het VBO.

Maak van flexibiliteit geen administratief parcours

In het verdeelde advies van de Nationale Arbeidsraad verwelkomt het VBO, samen met de andere werkgeversorganisaties, het principe van individuele annualisering. Tegelijk plaatsen de werkgeversorganisaties vraagtekens bij verschillende voorwaarden die na de eerste lezing in de ministerraad aan het systeem werden toegevoegd.

Zo moet een werkgever vóór de eerste toepassing bijkomende informatieverplichtingen naleven, alternatieve arbeidsregelingen onderzoeken en daarover een verslag opstellen. De toepassing voor deeltijdse werknemers wordt beperkt tot werknemers die minstens halftijds werken. Ook een verplichte wijziging van het arbeidsreglement kan de invoering vertragen of blokkeren. Daarnaast kan een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst het systeem uitsluiten en worden bepaalde bewaartermijnen verlengd van één naar vijf jaar.

Volgens het VBO dreigt daardoor een contradictie: een instrument dat net meer maatwerk mogelijk moet maken, wordt zelf plots aan meer regels onderworpen.

VBO vraagt werkbare regeling

Het VBO vraagt de regering daarom om de annualisering en het nieuwe motief voor onvrijwillige overuren nu ook daadwerkelijk en snel in te voeren, en de bijkomende verplichtingen opnieuw tegen het licht te houden. De regelingen moeten voldoende eenvoudig zijn om ze daadwerkelijk in ondernemingen te kunnen gebruiken, zonder de bescherming van werknemers uit het oog te verliezen.

“Het uitgangspunt moet helder blijven: werkgever en werknemer moeten, wanneer ze daar beiden voor kiezen, hun arbeidstijd beter kunnen afstemmen op hun wederzijdse behoeften. Individuele annualisering kan daarvoor een waardevol instrument zijn, op voorwaarde dat de regels de toepassing eenvoudig maken in plaats van bemoeilijken. Ondernemingen en werknemers hebben nu snel rechtszekerheid nodig, zodat zij de nieuwe regelingen in de praktijk kunnen benutten.” besluit Pieter Timmermans.

Deel deze pagina:
Over de auteurs
Magaly Knapen
Communication & Events