Vanaf november zullen heel wat werknemers hun nettoloon licht zien stijgen. Daarmee treedt de eerste fase van de fiscale hervorming waarover afgelopen zomer werd beslist in werking. Vanaf dan wordt immers een eerste – weliswaar bescheiden – verhoging van de belastingvrije som verwerkt in de berekening van de bedrijfsvoorheffing. Dat is een stap in de goede richting, maar er moeten nog stappen volgen.
Hervormingskoers aanhouden
Vandaag werpt de moeilijke begrotingssituatie een schaduw over de verdere fiscale hervorming. In de begrotingsdiscussies gaan stemmen op om de geplande lastenverlaging geheel of gedeeltelijk terug te schroeven. Of en in welke mate de regering daaraan gevolg zal geven, moet nog blijken.
Vanuit economisch oogpunt mogen we echter de oorspronkelijke doelstelling niet uit het oog verliezen. In een land waar de lasten op arbeid op veel vlakken de hoogste ter wereld zijn, moet het vergroten van het verschil tussen werken en niet-werken een prioriteit blijven. Het optrekken van de belastingvrije som is daarvoor, zoals we eerder al schreven, een stap in de goede richting. Maar voor een fundamentele verbetering van onze personenbelasting is er meer nodig.
Een hervorming die ervoor zorgt dat werken netto meer oplevert, komt tegemoet aan een van de belangrijkste structurele uitdagingen van onze arbeidsmarkt.
Naar een redelijkere progressiviteit
Vooral de tariefstructuur blijft problematisch: werknemers komen uitzonderlijk snel in de hoogste belastingtarieven van 40 tot 50 procent terecht, waardoor van een loonsverhoging, extra inspanning of promotie soms bijzonder weinig netto overblijft. Het blijft dus cruciaal om die extreme progressiviteit af te vlakken en de promotieval te verkleinen.
Verhoging van de belastingvrije som geldt voor alle belastingplichtigen
De belastingvrije som is het gedeelte van het inkomen waarop geen belasting verschuldigd is. Voor 2026 wordt dat bedrag verhoogd van 11.170 naar 11.550 euro per jaar. Werknemers met voldoende belastbaar inkomen zullen daardoor in november en december 8,47 euro minder bedrijfsvoorheffing betalen. De komende jaren wordt die belastingvrije som verder opgetrokken tot 15.300 euro in 2029, wat zich vertaalt in zo’n 90 euro meer nettoloon per maand.
Voorlopig gaat het dus wel nog maar om een beperkt bedrag. Toch is de richting belangrijk. België behoort al jaren tot de landen waar de lasten op arbeid het zwaarst wegen. Een hervorming die ervoor zorgt dat werken netto meer oplevert, komt dan ook tegemoet aan een van de belangrijkste structurele uitdagingen van onze arbeidsmarkt, zoals ook blijkt uit de fiscale barometer van het VBO.
Niet iedereen zal erop vooruitgaan
Dat betekent niet dat iedereen vanaf november zijn nettoloon ziet stijgen. Tegelijk met de verhoging van de belastingvrije som worden immers ook andere onderdelen van de hervorming verwerkt in de bedrijfsvoorheffing. Zo worden de fiscale toeslagen voor drie of meer kinderen tijdelijk bevroren, in het kader van de geleidelijke gelijkschakeling van het fiscale voordeel per kind. Voor sommige grotere gezinnen kan het nettoloon daardoor licht afnemen ten opzichte van de vorige maanden waarin nog geen rekening werd gehouden met die bevriezing.
Ook de afbouw van het huwelijksquotiënt kan voor bepaalde gezinnen tot een hogere belasting leiden. Via dat systeem kan vandaag een deel van het beroepsinkomen van de meestverdienende partner fiscaal worden toegerekend aan de partner met weinig of geen beroepsinkomsten. Dat levert vooral bij grote inkomensverschillen een fiscaal voordeel op. De geleidelijke afbouw van het huwelijksquotiënt is dan ook een van de activerende onderdelen van de hervorming die werken financieel aantrekkelijker moet maken.
Een doeltreffende fiscale hervorming staat of valt in de eerste plaats met een goede afstemming en een coherente, consequente uitvoering. Laten we hopen dat de beleidsmakers voldoende ambitie tonen om deze hervorming voort te zetten. Paradoxaal genoeg draagt ze bij tot de begrotingsconsolidatie.
