Na een transitieperiode van twee jaar gaat de definitieve fase van het Europese koolstofgrensmechanisme (CBAM) van start. Sinds 1 januari moeten bedrijven die bepaalde producten importeren van buiten Europa CBAM-certificaten aanschaffen voor de koolstofinhoud van die producten. In 2027 volgt voor de eerste keer een factuur voor de certificaten die dit jaar worden aangevraagd.
Lastminuteversterking
Vóór de ingang van deze definitieve fase, werden op 17 december 2025 nog verschillende versterkingen voorgesteld door de Europese Commissie. Zo stelt de Commissie voor om in de toekomst 180 extra ‘downstream’-producten onder de scope van het systeem te laten vallen. Dat moet voorkomen dat de import van basisgrondstoffen niet louter vervangen wordt door vervaardigde producten. Denk aan autodeuren of wasmachines. Die uitbreiding maakt geen deel uit van het huidige CBAM‑regime en is voorlopig slechts een wetgevingsvoorstel. Goedkeuring door het Europees Parlement en de Raad is nog nodig, met een beoogde inwerkingtreding vanaf 2028.
Daarnaast kondigde de Commissie extra maatregelen aan om de omzeiling van het systeem tegen te gaan. Zo kan het wanneer koolstofemissies lager worden voorgesteld dan ze in realiteit zijn, teruggrijpen naar hogere standaardwaardes, die dus ook een hogere prijs impliceren.
Tot slot kwam de Commissie tegemoet aan een zorg die al lange tijd leeft. Producenten die in Europa een koolstofprijs betalen, moeten in derde landen opboksen tegen concurrenten die niet voor hun emissies moeten betalen. Met de oprichting van een tijdelijk ‘decarbonisation fund’ kunnen die producenten onder voorwaarden een tegemoetkoming voor hun competitiviteitsverlies verwachten. Ook die voorstellen moeten, net zoals de uitbreiding van het systeem, nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad.
The proof of the pudding is in the eating
Sinds de start van de definitieve fase moeten importeurs binnen de EU van cement, ijzer, staal, aluminium, meststoffen, elektriciteit en waterstof (en vanaf 2028 mogelijks ook bepaalde ‘downstream’-producten) CBAM-certificaten aanschaffen voor de koolstof die werd uitgestoten tijdens de productie. Hiervoor moet men in 2027 een prijs betalen. Die prijs wordt gelinkt aan de koolstofprijs die Europese producenten van dezelfde producten al betalen. Zo wil men een gelijk speelveld te creëren tussen producenten binnen en buiten de grenzen van de EU.
Bovenstaande versterkingen waren daarbij absoluut noodzakelijk. We zien vandaag dat de stijgende Europese koolstofprijs een steeds belangrijkere factor wordt in het kostenplaatje van onze industrie, en zien dat in de toekomst verder stijgen. De impact van het CBAM zal nu afhangen van de mate waarin de werking ervan effectief blijkt.
Daartegenover staat ook dat de invoer van het systeem een extra administratieve last betekent voor importeurs van de gedekte producten. Voor hen betekent CBAM dus een extra kost.
Het laatste woord over CBAM is nog niet gevallen. Afwachten hoe effectief het systeem in de praktijk wordt.
Systeem onder vuur
Hoewel de EU zich sterk maakt dat de aankondiging van het CBAM al verschillende landen aanzette tot het invoeren van een eigen koolstoftaks, kreeg het systeem op de klimaattop in Brazilië heel wat tegenwind.
Onder andere China, India en Saudi-Arabië schoten met scherp. Zij beschouwen het systeem als vermomd protectionisme, en drongen daarom aan op onderhandelingen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie. De EU slaagde erin de scope van die onderhandelingen uit te breiden naar onder andere kritieke materialen die essentieel zijn voor sectoren als cleantech en defensie. De verwerking en export ervan worden echter gedomineerd door China, dat er niet voor terugdeinst ze als drukkingsmiddel te gebruiken.
Het laatste woord over CBAM is dus nog niet gevallen. Afwachten hoe effectief het systeem in de praktijk wordt.
Lees meer artikels over:

