Nieuws • 19 juni 2025

Europees voorstel betalingsachterstand handelsbetrekkingen: lidstaten staan op de rem

De Europese Commissie stelde in september 2023 nieuwe wetgeving voor om betalingsachterstanden bij handelstransacties aan te pakken. Doel? Door strengere en uniformere regels hoopt de Commissie een cultuur van stipte betalingen te bevorderen en zo de economische stabiliteit en groei van kmo’s te ondersteunen.

Het voorstel van verordening1 heeft betrekking op betalingen in het kader van transacties tussen bedrijven of tussen bedrijven en overheidsinstanties wanneer die laatste de schuldenaar is. Ze is niet van toepassing op relaties tussen bedrijven en consumenten. Het doel van de verordening is nobel: kmo’s beschermen tegen de negatieve effecten van laattijdige betalingen, hun concurrentievermogen vergroten en bijdragen aan een eerlijker en efficiënter economisch klimaat in de EU. De praktische haalbaarheid daarentegen …

Stand van zaken

Van in het begin stuitte het voorstel op aanzienlijke bezwaren van zowel lidstaten als de industrie. Duitsland, Italië en andere Oost-Europese landen uitten vooral zorgen over de impact op de concurrentiepositie van hun bedrijven en de haalbaarheid van de voorgestelde maatregelen.

Het voorstel bevindt zich momenteel nog in het wetgevingsproces en werd inmiddels al besproken en geëvalueerd binnen het Europees Parlement en de Raad. Tijdens de Raad van 6 mei sloot België zich aan bij de groep van lidstaten die verzoeken om het voorstel van verordening in te trekken.

Enkele kenmerken van het voorstel

1. Quasi geen contractuele vrijheid
  • Termijnen (artikel 3):

Er komt een strengere maximale betalingstermijn van 30 kalenderdagen (vanaf de ontvangst van de factuur), op voorwaarde dat de schuldenaar de goederen of diensten heeft ontvangen. De lidstaten kunnen nog altijd een procedure voorzien voor aanvaarding of verificatie op grond van de nationale wetgeving, maar alleen in zeer specifieke gevallen en op voorwaarde dat zo’n procedure niet langer dan 30 dagen duurt.

  • Interesten (artikel 5):

Er is automatisch een interest voor betalingsachterstand verschuldigd (tegen een tarief dat is vastgelegd in de verordening). Daar kan contractueel niet worden van afgeweken. Bovendien komt er een forfaitaire vergoeding van invorderingskosten.

2. Financiële impact van bepaalde maatregelen
  • Overheidsopdrachten (artikel 4):

De onderneming wordt pas door de overheid betaald als ze kan bewijzen dat ze alle onderaannemers in de keten heeft betaald. Dat betekent een belangrijke prefinancieringskost, verhoogt de administratieve lasten en houdt geen rekening met de realiteit op het terrein.

3. Wijzigen van nationale regelgeving
  • Uitvoerende titel (artikel 12)

Schuldeisers die zijn geconfronteerd met schuldenaars die de betaling van een niet-betwiste schuld uitstellen of weigeren, moeten een executoriale titel kunnen verkrijgen binnen maximaal 90 kalenderdagen na de datum waarop ze hun verzoek hebben ingediend. Om die regel in te voeren moet België het Gerechtelijk Wetboek aanpassen.

Standpunt België en VBO

Het VBO kan zich aansluiten bij het standpunt dat België (tijdens de Raad van 6 mei laatsleden) om het voorstel van Verordening van de Europese Commissie in te trekken (b2b & b2g):

  • Elke onderneming (groot, kmo of micro) moet haar liquiditeiten vrijwaren en in die context moet elkeen binnen een redelijke termijn worden betaald. Een one-size-fits-allregime kan echter niet worden ondersteund. Er moet immers rekening kunnen worden gehouden met sectorspecifieke behoeften. Dat laat het voorstel van verordening niet flexibel toe, terwijl de Belgische Wet van 2 augustus 2002 op de betalingsachterstand bij handelstransacties dat wel, zij het in beperkte mate, mogelijk maakt. Ook het claimen van intresten moet een vrije keuze blijven van de partijen.
  • De focus moet liggen op de handhaving en sanctionering van laattijdige betaling ten aanzien van overeengekomen betalingstermijnen en niet zozeer op het almaar verstrengen van de betalingstermijnen zelf.
  • In handelstransacties met de overheid is artikel 4 van het voorstel niet realistisch haalbaar omwille van de impact op (1) de voorfinanciering, (2) de administratieve last en (3) de inhoudingen na uitzonderingen.
  • Het huidige voorstel is een gemiste kans om bepaalde technische aspecten te verduidelijken, terwijl die net essentieel zijn voor de toepassing in de praktijk (bv. de definitie van ‘gelijkwaardig betalingsverzoek’).

De Europese Commissie geeft de moed (nog) niet op en zal in de volgende maanden – onder het Deens voorzitterschap – proberen een compromistekst uit te werken.

In het licht van die doelstelling doet het VBO een oproep:

  • om zich te inspireren op de Wet van 2 augustus 2002 en dat als Europees referentiekader te hanteren zodat een level playing field kan worden gehanteerd;
  • concreet in te gaan op de noodzaak om technische aspecten te verduidelijken zodat de toepassing in een beter rechtszeker kader kan gebeuren;
  • een werkbaar systeem uit te werken in overheidsopdrachten voor de naleving van betaling in de keten van onderaanneming, te starten met een streng toezicht en sanctiebeleid in hoofde van de overheden die als eerste de betalingstermijnen moeten naleven.

In afwachting dringt het VBO erop aan om de betalingstermijnen in handelstransacties na te leven, meer in het bijzonder door de overheden die een voorbeeldfunctie hebben.

  1. 1. Het voorstel van verordening kunt u hier downloaden ↩︎

Deel deze pagina:

Lees meer artikels over:

Over de auteurs
Elke Van Overwaele
Competentiecentrum Recht & Onderneming