De Belgische bedrijven zijn diep teleurgesteld over het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) over de richtlijn betreffende toereikende minimumlonen. Dat arrest, dat het HvJ-EU op 11 november 2025 uitbracht, bevestigt in grote lijnen de geldigheid van Richtlijn (EU) 2022/2041 betreffende toereikende minimumlonen, ondanks een gedeeltelijke nietigverklaring van artikel 5 over de wettelijke minimumlonen. Uitzonderlijk: het standpunt van de advocaat-generaal, die om de volledige nietigverklaring van de richtlijn had verzocht, werd door dit arrest volledig verworpen.
We betreuren ten zeerste dat het Hof ervoor heeft gekozen om het grootste deel van de tekst te handhaven, terwijl die inbreuk maakt op uitsluitend nationale bevoegdheden, zoals het vaststellen van beloningen en het reguleren van de collectieve relaties, inclusief het recht van vereniging. Die aangelegenheden zijn duidelijk uitgesloten van het toepassingsgebied van de Unie door artikel 153, lid 5 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Zonder dat dat uit het helder verwoorde artikel blijkt, stelt het Hof van Justitie van de EU nu dat enkel de directe inmenging van het Unierecht in nationale bevoegdheden verboden is. Wij betwisten die interpretatie, die ertoe leidt dat het onverdedigbare wordt gerechtvaardigd.
Het Belgische model is gebaseerd op een sterke en autonome sociale dialoog, die eerlijke lonen garandeert zonder Europese of nationale wetgevende interventie. Door de lidstaten verplichtingen op te leggen om collectieve onderhandelingen te bevorderen en actieplannen op te stellen, zorgt de richtlijn voor ongerechtvaardigde inmenging in beproefde en goed werkende nationale systemen.
Wij roepen de Belgische en Europese autoriteiten op om:
- het subsidiariteitsbeginsel en de bevoegdheden van de lidstaten op het gebied van beloning strikt te respecteren;
- elke toekomstige uitbreiding van de sociale bevoegdheden van de EU die onze overlegmechanismen zou verzwakken te vermijden;
- rechtszekerheid te garanderen voor bedrijven en sociale partners, om de stabiliteit van onze arbeidsverhoudingen te behouden.
De Belgische bedrijven zullen blijven pleiten voor een Europees kader dat concurrentievermogen en groei ondersteunt, zonder afbreuk te doen aan de vrijheid van collectieve onderhandelingen die centraal staat in ons sociaal model.
Meer weten over de context van de richtlijn? Lees dan het artikel over de omzetting van richtlijn 2022/2041 betreffende toereikende minimumlonen.
Lees meer artikels over:

