Nieuws • 17 juli 2026

Flexi-jobs: eerste evaluatie levert geen duidelijke conclusies op

De Nationale Arbeidsraad (NAR) bracht op 14 juli een unaniem advies (nr. 2.496) over het stelsel van de flexi-jobs uit, gebaseerd op een analyse van het Federaal Planbureau en het Rekenhof. Het VBO is tevreden met de unanimiteit, maar pleit tegelijk voor een bredere objectieve en sectorale analyse.

De analyse richt zich voornamelijk op één sector, namelijk de horeca. Flexi-jobs waren een van de maatregelen uit het horecaplan, naast onder meer de geregistreerde kassa, de vrijwillige netto-overuren en de uitbreiding van het gelegenheidswerk.

Wat onthouden we uit die eerste evaluatie?

  • De evaluatie toont aan dat flexi-jobs wel degelijk hebben geholpen om een deel van de personeelstekorten op de arbeidsmarkt op te vangen.
  • De sociale partners vragen dat de volgende evaluaties rekening houden met tal van bijkomende elementen. Ze willen onder andere dat een onafhankelijke onderzoeksinstelling op objectieve wijze onderzoekt waarom mensen kiezen voor een flexi-job en waarom werkgevers flexi-jobs aanbieden.
  • Ook voor het veelbesproken substitutie-effect, waarbij reguliere jobs worden vervangen door flexi-jobs, levert de evaluatie geen overtuigend bewijs. De statistische gegevens van de RSZ laten niet toe die conclusie te trekken. In de horeca is er volgens het Planbureau “sprake van een lichte substitutie tussen flexi-werk en reguliere arbeid onder flexi-jobbers […], maar die evolutie blijft beperkt in intensiteit en duur.” Die vaststelling wordt echter tegengesproken door een studie van HIVA (Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving van de KU Leuven). Volgens HIVA is het voor dergelijke conclusies nog te vroeg. Integendeel, het aandeel voltijdse aanwervingen voor de horeca is niet gedaald.

Een groot deel van het debat over flexi-jobs gaat nog altijd voorbij aan de uitdagingen waarmee bedrijven worden geconfronteerd.

Wat vindt het VBO?

Het VBO is tevreden dat de NAR voor deze eerste evaluatie een unaniem advies heeft kunnen uitbrengen. Tegelijk wijst de werkgeversorganisatie erop dat de onderliggende analyse voornamelijk betrekking heeft op de horecasector en dat de conclusies daarom niet zomaar kunnen worden doorgetrokken naar andere sectoren.

Het VBO vindt dat een groot deel van het debat over flexi-jobs nog altijd voorbijgaat aan de uitdagingen waarmee bedrijven worden geconfronteerd. Denk aan de aanhoudende moeilijkheden om personeel te vinden, de groeiende vraag naar meer flexibiliteit in de loopbanen, steeds minder voorspelbare productiecycli, seizoensgebonden personeelsnoden, de toenemende terughoudendheid van werknemers tegenover atypische werkuren, gepensioneerden die actief willen blijven op de arbeidsmarkt en de nood aan begeleiding van minder ervaren werknemers.

Die uitdagingen, en nog vele andere, remmen de groei van ondernemingen af. De oorzaken? Een wettelijk kader dat onvoldoende inspeelt op veranderende behoeften en het gebrek aan structurele alternatieven. Al die verschillende elementen verdienen een echt debat, geen sloganeske verklaringen.  

> Lees ook ons overzicht ‘Publicatie flexi-jobwet is een feit!’

Deel deze pagina:
Over de auteurs
David Rozenblum
Competentiecentrum Werk & Sociale zekerheid