Nieuws • 08 januari 2025

Korting bedrijfsvoorheffing ploegenarbeid: publicatie KB

Eind december 2024 werd een nieuwe stap genomen in het dossier rond de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing inzake ploegenarbeid. Met de publicatie van het Koninklijk besluit tot wijziging van de bepalingen inzake de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing neemt de minister van Financiën na lang wachten standpunt in over een aantal vragen die sinds lange tijd open waren. Jammer genoeg zijn daarmee alle moeilijkheden echter niet van de baan.

Korte terugblik

Het dossier van de ploegenarbeidregeling kent een woelige periode sinds het Grondwettelijk Hof in februari 2024 oordeelde dat enkel ploegensystemen waarbij de opeenvolgende ploegen identieke hoeveelheden werk verrichten in aanmerking komen voor de vrijstelling. Als vanzelfsprekend konden maar weinig ondernemingen die tot dan van de regeling gebruik hadden gemaakt voldoen aan die onrealistische “vernieuwde” voorwaarde.

De wetgever kwam daaraan tegemoet door de introductie van een alternatief regime dat inmiddels bekendstaat als “de bisvariant”. Deze regeling stelt ondernemingen met afwijkende ploegen in staat om de vrijstelling toch gedeeltelijk toe te passen. Er wordt in dat geval een correctiefactor berekend in functie van de afwijking van de opeenvolgende ploegen.

 Ondernemingen waarbij de afwijking relatief klein is, kunnen dankzij de regeling in theorie toch nog gebruik maken van de klassieke regeling. Sinds de invoering in mei 2024 zijn er echter steeds grote onduidelijkheden gebleven met betrekking tot de concrete toepassing van deze “bisvariant”.

Koninklijk Besluit van 20 december 2024

Het KB van 20 december 2024 probeert aan een aantal van die onduidelijkheden weg te werken. De kernpunten ervan zijn:

  • Slechts één correctiefactor voor de gehele onderneming; en dus geen mogelijkheid om ze te berekenen op het niveau van een afdeling of productielijn.
  • Dubbele toepassing van de correctiefactor: de correctiefactor moet zowel worden toegepast op het bedrag van de vrijstelling als op het bedrag van de bedrijfsvoorheffing zelf. Opvallend – en mogelijk problematisch – is dat deze bijkomende beperking niet als zodanig voortvloeit uit de tekst van de wet.
  • Twee sterk vereenvoudigde voorbeelden met betrekking tot de berekening van de correctiefactor.

Topje van de ijsberg

Het VBO heeft vanaf dag één mee aan de kar getrokken om te komen tot een duidelijke en evenwichtige regeling met bijzonder oog voor de administratieve haalbaarheid en competitiviteit van de Belgische ondernemingen. Dit KB komt slechts in beperkte mate tegemoet aan de bezorgdheden die in die context door het bedrijfsleven consequent naar voor werden geschoven. Wat betreft de twee bovenstaande kernpunten staat ze er zelfs haaks op.

Bovendien blijven twee andere zaken voorlopig onverduidelijkt; met name de concrete berekening van de correctiefactor en de mate van afwijking die toelaatbaar is om nog gebruik te maken van de klassieke variant. Het gaat nochtans om de meest heikele punten; die al maanden aanleiding geven tot zeer uiteenlopende interpretaties – niet in het minst van fiscaal controleurs zelf. Het valt af te wachten of de aangekondigde circulaire meer duidelijkheid zal scheppen over de toepassing in complexere – doch courante – situaties.

Tot slot niet te vergeten: de toepassingsproblemen van de ploegenarbeidregeling gaan verder dan de bisvariant. Zo blijven er grote open vragen over bijvoorbeeld de verschillende definities van een “ploeg” in fiscale en sociale zin. Die discrepantie bedreigt in veel gevallen zelfs het gebruik van de vrijstelling als zodanig.

Op het vlak van de duidelijkheid worden er met dit KB dus wel stappen gezet, maar er blijft veel werk aan de winkel om tot een evenwichtige en toepasbare regeling te komen. Het VBO blijft hameren op de noodzaak van verdere verduidelijkingen, zowel via dialoog met de administratie als met de (toekomstige) regering. Op die manier streven we ernaar de legitieme verwachtingen van arbeidsintensieve ondernemingen maximaal te beschermen.  

Deel deze pagina:

Lees meer artikels over:

Over de auteurs
Rodolphe de Pierpont
Competentiecentrum Fiscaliteit & Investeringen
Robbe Reyns
Competentiecentrum Fiscaliteit & Investeringen