Nieuws • 23 april 2026

Belgische lasten op arbeid blijven de hoogste van de OESO

In de Barometer van de Belgische fiscaliteit zal de indicator van de lasten op arbeid dit jaar nog niet de goede kant uitgaan. Althans niet voor de lasten op arbeid.

Zopas publiceerde de OESO haar jaarlijkse ‘Taxing Wages’-studie, gebaseerd op de cijfers van 2025. In die studie is het Belgische rapport nagenoeg identiek aan dat van vorig jaar. Van een gemiddeld brutoloon vloeit ongeveer 40% via belastingen en sociale bijdragen naar de overheid1. In geen enkel OESO-land is dat meer.

Voor werkgevers betekent dat dat 52,5% van hun loonkost uiteindelijk niet in de zak van hun werknemer belandt, maar wel in de schatkist van de overheid. De sociale werkgeversbijdragen van – in principe – 25% boven op het brutoloon, zijn immers nog niet meegerekend in die 40% verplichte heffingen op het brutoloon.

Ook de promotieval blijft even hard spelen. Als een werknemer met een gemiddeld loon een euro opslag krijgt, komt daar maar 44 cent van in zijn zak terecht. Als de loonkost met een euro toeneemt, blijft daarvan slechts 35 cent netto over voor de werknemer.

Die zeer hoge percentages zien we dus al vanaf het gemiddelde loon. Maar ze blijven verder stijgen naarmate het loon verder stijgt. Dat is te wijten aan de enorme progressiviteit van onze personenbelasting – bij de hoogste ter wereld.

Meer weten? Check onze Barometer van de Belgische fiscaliteit voor heldere en verteerbare inzichten in de lasten op arbeid!

1Tenzij anders vermeld, gelden de voorbeelden voor alleenstaanden zonder kinderen.

Deel deze pagina:

Lees meer artikels over:

Over de auteurs
Robbe Reyns
Competentiecentrum Fiscaliteit & Investeringen