“Deeltijds werk in België nog nooit zo populair”, zo kopte De Tijd onlangs. De redenen voor deeltijds werk zijn uiteenlopend, maar de fiscaliteit zou wel eens een rol kunnen spelen. Het verschil in nettoloon tussen vier of vijf dagen per week werken is immers vaak klein.
Onze personenbelasting is bij de progressiefste ter wereld. Je betaalt met andere woorden heel snel heel hoge belastingen. Die progressiviteit maakt promoties niet erg aantrekkelijk. De bijkomende verantwoordelijkheden verdienen dan wel loonsopslag, maar daar blijft na belastingen en sociale bijdragen vaak te weinig van over. Die ‘promotieval’ is vaak enorm: een op de drie voltijdse werknemers houdt van één euro opslag maar 17 cent over, aldus een rapport van de Hoge Raad van Financiën.
Veel minder bekend dan de promotieval is zijn spiegelbeeld: de parttimeval. Net zoals veel werknemers beseffen dat een opslag hen netto weinig oplevert, blijkt ook dat hun arbeidsduur verminderen hen relatief weinig kost.
Om een idee te geven: het verschil in nettoloon tussen vier of vijf dagen werken bedraagt zo’n 60 euro per week voor iemand met een brutoloon van 2.500 euro. Op dag 5 gaat die persoon dus werken voor een netto-uurloon van 7,50 euro – terwijl de loonkost voor zijn werkgever hetzelfde blijft als op dag 1.
Elke gewerkte dag is minder interessant dan de vorige. Met een fiscale ‘parttimeval’ tot gevolg.
Maar welke fiscale prikkels veroorzaken dat effect? Een vereenvoudigd voorbeeld kan het mechanisme verduidelijken.
Neem een persoon met een voltijds jaarloon van 60.000 euro per jaar. Als die één dag per week werkt, valt het brutoloon van 12.000 euro nagenoeg volledig onder de belastingvrije som. Eén dag werken levert dus 12.000 euro nettoloon op. Werkt die persoon halftijds, dan wordt het brutoloon van 30.000 euro belast in de eerste en tweede schijf van 25% en 40%. Vanaf dan gaat het snel: het loon van de vierde dag valt in de schijf van 45% en het loon van de vijfde dag in die van 50%.
Doordat de 12.000 euro die hij krijgt op dag 5 belast wordt aan 50%, blijft daarvan maar 6.000 euro over, terwijl dezelfde 12.000 euro voor dag 1 bijna onaangeroerd blijft.
Anders gezegd: elke dag waarop hij werkt is minder interessant dan de vorige. Gevolg? Een echte fiscale ‘parttimeval’.
Vereenvoudigd voorbeeld

Laat werken lonen
Toegegeven, België is op dat vlak niet uniek. Maar doordat onze personenbelasting bij de progressiefste ter wereld is, is het perverse effect ervan bijna nergens zo stuitend als bij ons. Want in realiteit blijft het niet bij 50%. Ook de gemeentelijke opcentiemen en de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid nemen toe naarmate het loon stijgt, en ook het verlies of de vermindering van inkomensgebonden sociale voordelen (zoals studietoelagen) en de toename van werkgebonden kosten (zoals vervoer en kinderopvang) spelen hun rol.
Bovendien kent het arbeidsrecht mechanismen om arbeidsduurvermindering te faciliteren. Via thematische verloven en het tijdskrediet kan de arbeidsduur in bepaalde situaties worden verminderd terwijl het inkomensverlies gedeeltelijk wordt gecompenseerd door de RVA. Dankzij die maatregelen staan Belgische werknemers sterk qua werk-privébalans (hoewel we moeten blijven oppassen voor de valkuil dat vooral vrouwen daar gebruik van maken), maar ze versterken wel het gebrek aan fiscale stimuli richting voltijdse arbeid. Dat probleem wordt nog aangescherpt door de onderinvestering van de regio’s in kinderopvang. Daardoor hebben veel jonge ouders (in de praktijk vooral moeders) weinig andere keuze dan deeltijds te werken via een van de verlofstelsels. Met alle negatieve gevolgen voor hun loopbaanvooruitzichten.
Dit is geen pleidooi tegen deeltijdse arbeid, dat onmiskenbaar veel maatschappelijke en sociale waarde heeft en vaak kortweg een noodzakelijkheid is om werk en privé te combineren. Maar als lage productiviteitsgroei en onvoldoende arbeidsdeelname in combinatie met steeds meer sociale kosten een ‘recipe for disaster’ is, zoals onze premier terecht stelde in zijn State of the Union, is het tijd dat onze fiscaliteit productiviteit en arbeidsdeelname opnieuw aanmoedigt in plaats van ontmoedigt.
Meer details over de promotie- en parttimeval en onze Belgische fiscaliteit? Check onze Barometer van de Belgische Fiscaliteit.
Lees meer artikels over:




