Rapportering van uw verrekenprijzen: bent u er klaar voor?

Met de programmawet van 4 juli 2016 zijn de nieuwe voorschriften van de OESO inzake rapportering van verrekenprijzen onder verbonden vennootschappen omgezet in Belgisch recht. De nieuwe verplichtingen gelden vanaf 1 januari 2016 en vragen een grondige voorbereiding!


Jean Baeten, COMPETENTIECENTRUM FISCALITEIT & INVESTERINGEN
29 augustus 2016

3 nieuwe formulieren
In haar ‘BEPS’-actieplan tegen belastingontwijking en uitholling van de belastbare basis zet de OESO in op ruimere transparantieverplichtingen. Drie nieuwe verplichtingen op het vlak van verrekenprijzen moeten de nationale belastingautoriteiten aan de nodige gegevens helpen om doeltreffende risicoanalyses te maken en de risicodossiers er op doelgerichte wijze uit te pikken. Zo hoeven ze ook niet langer onnodig bedrijven te controleren die hun verplichtingen correct nakomen. De wet van 4 juli houdt voor de minister van Financiën de opdracht in om bij koninklijk besluit de inhoud van de formulieren vast te leggen.

Om te beginnen moet een ‘Country-by-Country Reporting’ (CBCR) een aantal financiële en fiscale gegevens bijeenbrengen over de activiteiten van een groep in elk land waar die actief is. Dat ‘landenrapport’ moet door het moederbedrijf van de groep worden opgemaakt en verstuurd naar de belastingautoriteiten van zijn land. Die zullen ze via een procedure voor automatische gegevensuitwisseling doorsturen naar de andere landen waar de groep dochters en vaste vestigingen heeft. In België vallen ongeveer 60 bedrijven als moederonderneming onder die verplichting. De Belgische overheid mag zowat 3.000 rapporten uit het buitenland verwachten. De eerste moeten binnen zijn tegen 31 december 2017.

Het tweede formulier is een ‘master file’ dat naast een totaalbeeld van de groep ook een aantal geconsolideerde gegevens moet verzamelen: aard van de activiteiten, immateriële activa, financiële transacties,... Elke entiteit van de groep moet dat ‘groepsdossier’ bezorgen aan haar eigen controleur binnen 12 maanden na afsluiting van de rekeningen van het moederbedrijf.

Tot slot moet elke Belgische groepsentiteit een ‘local file’ opmaken en die bij haar belastingaangifte voegen. Er staan zware sancties op de niet-naleving van die verplichting. Dat ‘lokale dossier’ bestaat uit twee delen:

- een deel met gegevens over de lokale entiteit (activiteiten, beschrijving van het management, voornaamste concurrenten,…);
- een gedetailleerd inlichtingenformulier met cijfergegevens over de grensoverschrijdende verrichtingen tussen verbonden ondernemingen.

Wie moet ze invullen?
De CBCR is van toepassing op multinationale groepen met een geconsolideerde omzet van meer dan 750 miljoen euro.

De master file en de local file zijn alleen verplicht voor Belgische entiteiten die een van de volgende limieten overschrijden: een totaal van 50 miljoen euro aan recurrente bedrijfsopbrengsten, een balanstotaal van 1 miljard euro en een gemiddeld personeelsbestand van 100 fulltime equivalenten op jaarbasis. Entiteiten die een lokaal dossier indienen, moeten alleen een gedetailleerd inlichtingenformulier opmaken als het bedrag van hun grensoverschrijdende verrichtingen met bedrijven van de groep hoger ligt dan 1 miljoen euro.

Wanneer gaat de verplichting in?
De CBCR, de master file en het eerste deel van de local file zijn door de OESO opgelegde verplichtingen. Ze gaan dus in voor de boekjaren van de groepen die lopen vanaf 1 januari 2016. De publicatie van de formulieren is gepland tegen eind september. Het wordt dus reppen om alles klaar te hebben!

Lopende besprekingen
Het gedetailleerde informatieformulier dat deel twee uitmaakt van de local file is dan weer eigen aan België en zal bij de bedrijven ingrijpende aanpassingen vragen op het vlak van software en rapporteringsprocessen. Daarom heeft het VBO gevraagd om het niet op retroactieve wijze in te voeren, maar pas voor de boekjaren van de groepen met aanvang vanaf 1 januari 2017. Het kabinet van de minister van Financiën is op die vraag ingegaan. Dat laat nog tijd om tegen het einde van het jaar het formulier bij te schaven zodat de gegevens die de administratie opvraagt, kunnen worden verzameld zonder te veel administratiekosten voor de ondernemingen (het is de bedoeling alleen gegevens op te vragen die al in de systemen zitten).

VBO – Ondernemingen die grensoverschrijdend actief zijn, krijgen er nu voortaan zware rapporteringsverplichtingen bij. De administratie en het kabinet van de minister van Financiën doen er alles aan om die verplichtingen in nauw onderling overleg met de bedrijfswereld in te voeren. Het VBO is blij met die samenwerking: doel is om de kosten voor de ondernemingen tot een minimum te beperken en tegelijk de administratie alle nodige informatie te bezorgen zodat zij haar risicoanalyses vlot en doeltreffend kan uitvoeren.

 

Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.


VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.