Nieuwe sociale maatregelen op 1 januari 2020

Begin 2019 is een reeks nieuwe maatregelen voor de bedrijven in werking getreden. Hierna volgt een overzicht van de voornaamste.


Hanne De Roo, COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID Annick Hellebuyck, COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID Marie-Noëlle Vanderhoven, COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID Catherine Vermeersch, COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID Louis Warlop, COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID
07 januari 2020

Fonds Sluiting Ondernemingen 

Op het Beheerscomité van het Fonds Sluiting Ondernemingen is een akkoord bereikt over de bijdragevoeten voor 2020. De beslissing werd bevestigd door de Nationale Arbeidsraad van 17 december 2019 (advies nr. 2152). In 2020 zal de bijdrage voor de klassieke opdrachten van het Fonds dalen tot 0,12% of 0,17%, naargelang de onderneming minder dan 20 werknemers dan wel 20 of meer werknemers tewerkstelt, terwijl die bijdrage in 2019 respectievelijk 0,14% en 0,19% bedroeg. Ook de bijdrage voor financiering van de tijdelijke werkloosheid werd op 1 januari 2020 teruggeschroefd, van 0,10% naar 0,09%. 

 

Verhoging van de aanvangsleeftijd voor SWT

In uitvoering van de akkoorden die op 1 april 2019 werden gesloten in de Nationale Arbeidsraad, en in toepassing van het koninklijk besluit van 3 mei 2017, blijft de minimale aanvangsleeftijd om te genieten van het SWT lange loopbaan of zwaar beroep in 2020 behouden op 59 jaar.

De aanvangsleeftijd voor het SWT voor oudere werknemers die ontslagen worden bij een onderneming erkend als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering, ligt sinds 31 december 2019 op 59 jaar. Op 31 december 2020 wordt die leeftijd opgetrokken naar 60 jaar. 

Kleine statuten in arbeidsongevallen 

Sinds 1 januari 2020 moeten personen tewerkgesteld in een 'klein statuut' verzekerd zijn tegen arbeidsongevallen, zelfs als ze niet onderworpen zijn aan de sociale zekerheid. Het gaat dan hoofdzakelijk om stagiairs die (al dan niet betaalde) arbeid verrichten in het kader van een opleiding.

De onderneming, onderwijsinstelling of opleidingsinstantie die de opleiding organiseert en beschouwd wordt als de werkgever, moet de betreffende stagiair voor aanvang van de stage aangeven bij de RSZ aan de hand van een Dimona (onmiddellijke aangifte). 

Getuigschrift werkhervatting verplicht elektronisch

Vanaf 1 januari is de aangifte van het attest van werkhervatting (ZIMA 006) verplicht elektronisch. Op basis van dit attest zal het ziekenfonds de betalingen van de uitkeringen wegens een sociaal risico (arbeidsongeschiktheid, moederschapsbescherming, geboorte- of adoptieverlof, pleegouderverlof) stopzetten.

Nuttige bedragen voor de werkgevers

a. Loondrempels

Sinds 1 januari 2020 werden de loondrempels die zijn bepaald in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten aangepast aan het algemene indexcijfer van de conventionele lonen voor bedienden (BS van 27 november 2019):

  • de drempel van 34.819 euro die van toepassing is op het concurrentiebeding (laagste grens) en het scholingsbeding werd opgetrokken tot 35.761 euro;
  • de drempel van 69.639 euro die van toepassing is op het concurrentiebeding (hoogste grens) en scheidsrechterlijk beding werd opgetrokken tot 71.523 euro.

Voor het scholingsbeding is sinds 10 november 2018 de drempelvoorwaarde niet meer van toepassing in geval van een opleiding voor een beroep dat of een functie die voorkomt op de lijsten van knelpuntberoepen of moeilijk in te vullen functies (wet van 14 oktober 2018, BS, 31 oktober 2018). De plaats van tewerkstelling bepaalt welke gewestelijke lijst van toepassing is.

Ter herinnering: de bedragen van 2013 blijven nuttig voor het bepalen van ‘deel 1’ van de opzeggingstermijn die van toepassing is op bedienden aangeworven vóór 1 januari 2014:

b. Voor beslag of overdracht vatbare loonbedragen 

Sinds 1 januari 2020 zien de voor beslag of overdracht vatbare loonbedragen er als volgt uit (KB van 9 december 2019 tot uitvoering van artikel 1409 §2 Ger.W. en bericht over de indexering van de bedragen voor kind ten laste van het KB van 27 december 2004, beide verschenen in het BS van 13 december 2019): Het forfaitaire bedrag voor de verhoging voor kinderen ten laste is 70 EUR.

c. Loonbonus (cao 90)

Een onderneming die een procedure van collectief ontslag opstart met sluiting van de onderneming kan geen plan voor niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen meer invoeren vanaf de datum waarop het collectief ontslag wordt aangekondigd.

Het RSZ-maximumbedrag voor de bonus bedraagt 3.413 euro bruto in 2020.

d. SWT en nachtarbeid

Elk jaar bepalen de sociale partners de herwaarderingscoëfficiënt van de aanvullende vergoeding in geval van SWT (cao nr. 17) en in geval van werkloosheid bij nachtarbeid (cao nr. 46), om rekening te houden met de evolutie van de reële lonen. Op 1 januari 2019 was er geen herwaarderingscoëfficiënt toegepast op de bedragen van cao's nr. 17 en 46. De sociale partners hebben beslist dat de aanvullende vergoedingen worden verhoogd met 1,28% (coëfficiënt 1,0128) vanaf 1 januari 2020. Het maximumbedrag van het bruto refertemaandloon dat dient voor de berekening van de aanvullende brugpensioenvergoeding wordt in 2020 vastgesteld op 4.084,55 euro. De vergoeding ter aanvulling van de werkloosheidsuitkeringen waarin is voorzien door cao nr. 46 betreffende de ploegenarbeid met nachtprestaties is voor 2020 vastgesteld op 148,78 euro/maand.

e. Pensioenplafond

Het maximale jaarsalaris dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van het werknemerspensioen is vastgelegd op 58.446,94 euro.

Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.


VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.