Consumentenrecht: nieuwe regels in de maak voor de invordering van onbetaalde facturen

Op woensdag 11 maart werd in de Kamercommissie Economie een wetsvoorstel goedgekeurd dat de invordering van onbetaalde facturen bij consumenten een stuk ingewikkelder, maar ook duurder maakt voor ondernemingen. De doelstelling van het voorstel is om misbruiken tegen te gaan en om te vermijden dat consumenten die moeite hebben om hun facturen te betalen in de armoede worden geduwd. Het VBO is van oordeel dat dit wetsvoorstel zijn doel voorbij schiet.


Anneleen Dammekens, COMPETENTIECENTRUM RECHT & ONDERNEMING
25 maart 2020

Het wetsvoorstel, dat pas wet wordt indien het door de plenaire vergadering van de Kamer wordt goedgekeurd, voert een minimumbetaaltermijn van 20 kalenderdagen in. Een onderneming zal dus in heel wat gevallen contractueel niet langer overeenkomen met een consument dat er contant betaald moet worden. Indien de factuur 20 dagen na de verzending niet betaald wordt, dient de onderneming een kosteloze betalingsherinnering te sturen met een gedetailleerde verplichte inhoud. Ten vroegste 10 dagen na de verzending van de herinnering, mogen kosten aangerekend worden wegens de laattijdige betaling. In totaal gaan er dus minimaal 30 dagen voorbij vooraleer een onderneming kosten en verwijlinteresten mag vragen van een consument die nalaat de factuur te betalen voor de producten of diensten die hij in de meeste gevallen reeds ontvangen heeft. De kosten en de verwijlinteresten die aangerekend mogen worden door de onderneming, worden bovendien wettelijk geplafonneerd.

VBO ­- Het VBO is bezorgd omdat dit wetsvoorstel het betalingsrisico volledig bij de onderneming legt en op die manier diens financiële situatie in gevaar brengt. Bovendien voorziet het VBO dat dit wetsvoorstel bepaalde dienstverlening moeilijk of zelfs onmogelijk zal maken. Denk bijvoorbeeld aan dringende reparatiewerken. Een bedrijf zal twee keer nadenken vooraleer het zo’n dringende opdracht aanvaardt, omdat het geen onmiddellijke betaling meer mag vragen en dus geen garantie heeft dat het wordt betaald. De nieuwe regeling staat bovendien haaks op het retentierecht van de onderneming. Een andere problematiek is die van de doorlopende dienstverlening zoals de levering van elektriciteit, gas, water enz. Die ondernemingen mogen wettelijk gezien hun dienstverlening niet meteen stopzetten bij wanbetaling. En zo stapelen de onbetaalde facturen zich snel op, met alle gevolgen van dien voor zowel de consument als de onbetaalde onderneming.

Het VBO is dan ook van oordeel dat dit wetsvoorstel zijn doel voorbij zal schieten en in de praktijk niet tot schuldafbouw bij de consument zal leiden, integendeel. Maar dat neemt niet weg dat het voor de ondernemingen wel bijkomende administratieve en financiële lasten zal betekenen. In het licht van de coronacrisis, rekent het VBO erop dat het parlement dit dossier voorlopig on hold zet. Deze crisis is immers een enorme uitdaging voor de bedrijven. Bovendien verdient het wetsvoorstel een diepgaandere analyse en een grondig debat met alle stakeholders.

Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.


VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.