De ECB zet duidelijke monetaire bakens uit

Op 3 juli 2019 werden staatsobligaties op 10 jaar voor de eerste keer verhandeld aan een rentevoet van -0,03%. De reden? De aanzwellende geruchten dat er een nieuwe versoepeling van het monetair beleid zit aan te komen. In de eurozone is België, na Duitsland, Nederland, Frankrijk en Finland zo het vijfde land waar de rente op obligaties op tien jaar onder nul duikt.

Anouar Boukamel, COMPETENTIECENTRUM ECONOMIE & CONJUNCTUUR
08 juli 2019

Nu al sinds 2014 hanteert de ECB verlagingen van de referentierentevoeten en kwantitatieve versoepeling als instrumenten om een monetair beleid te voeren dat de teugels nooit eerder zo liet vieren. Het APP (asset purchase programme of programma voor aankoop van activa) dat eind 2018 werd goedgekeurd(1), deed het rendement op staatsobligaties kelderen via het vraagoverschot dat de ECB creëerde. Dat zorgde er niet enkel voor dat geld quasi direct in de economie kon worden gepompt, maar ook dat de rentes verder terugvielen. En niet enkel de kortetermijnrente, maar ook – en vooral – de langetermijnrente.

Enerzijds een positieve zaak, omdat geld lenen zo plots wel heel goedkoop werd. Het zorgde er bovendien voor dat de rentelasten op de overheidsschuld de voorbije jaren aanzienlijk wegsmolten, waardoor er een begrotingsmarge ontstond die er voordien niet was. En ook de privésector plukte de vruchten. Investeringen die meer dan ooit levensnoodzakelijk waren voor bepaalde sectoren, in het licht van de digitale transitie, bleken plots heel betaalbaar. En ook de gezinnen pikten hun graantje mee, want een lage rente betekent natuurlijk ook goedkope woonleningen.

Anderzijds moeten we ook een aantal negatieve aspecten aanstippen. Allereerst is er de kwestie van de overheidsfinanciën: de heropleving die de monetaire versoepeling teweeg heeft gebracht, kan overheden ertoe aanzetten om op hun lauweren te rusten, in de plaats van de structurele hervormingen door te voeren die nodig zijn om de overheidsfinanciën op de rails te houden en om de potentiële economische groei aan te zwengelen. In de privésector op zijn beurt dreigen de lage rentes bedrijven aan het infuus te houden die in normale marktomstandigheden het water aan de lippen zouden hebben. Tot slot hebben lagere rentes en een afvlakkende rentecurve een dubbele impact op de bankensector. Allereerst daalt daardoor de 'funding cost' (via deposito's en de geldmarkt), met een mogelijk positief effect op de netto-renteopbrengsten. In tweede instantie dalen ook de effectieve debetrentes die de banken aan hun klanten aanrekenen, waardoor hun rentemarge daalt, ook omdat de vergoeding op klantdeposito's in de praktijk niet onder nul kan zakken.

De neerwaartse druk op de renteopbrengsten, de eerste bron van inkomsten van een bank, knaagt ook aan de rentabiliteit en de zelffinancieringscapaciteit van een sector die het al lastig heeft door de digitale transitie en de almaar strengere regelgeving.

Kortom, de benoeming van Christine Lagarde aan het hoofd van de ECB is een goede zaak. Zij vervangt Mario Draghi, wiens mandaat van acht jaar weldra afloopt. Gezien haar ervaring aan het hoofd van het IMF en als Frans minister van Economie en Financiën, in volle financiële crisis nota bene, mogen we ervan uitgaan dat ze het monetaire beleid dat Mario Draghi uittekende, met brio zal voortzetten.

(1) Zelfs al gaat de monetaire steun van het APP voort via de herinvestering van aflopende obligatiecoupons.


Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.

VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.